01-07-08

De vlucht door het koekoeksnest # 2.

 

Daar gaan we weer denk ik, maar omdat ze nu maar met zijn twee zijn lijkt het me eenvoudig om ze de deur uit te werken. Mijn domicilie is nog altijd hier gevestigd, ik ben niet van plan om mij zomaar weer te laten uitwijzen.

- Mijnheer de Montségur, wij nemen u mee. Hiermee opent de breed uitgevallen vrouwelijke agente verrassend de vijandelijkheden. Haar zangerig accent van het oosten van het land, de hoge spreektoon en de klemtonen die ze legt op elk van de vier laatste woorden stralen geen enkele autoriteit uit en zijn enigszins lachwekkend, maar de inhoud van het edict is overduidelijk. Ze nemen mij mee, ik moet niet meer ageren, ze vragen zelfs niet of ik wil meekomen. Dit is een andere aanpak dan ik verwachtte en brengt me uit evenwicht. Ik realiseer me dat ik weer geen afdoende argumenten heb om repliek te geven op dit rake openingssalvo. Ik weet niets beter te verzinnen dan mij te verdedigen zoals ik had moeten doen in de vorige verloren verbale schermutselingen met deze handlangers van de lokale openbare orde.

- Niets van, ik woon hier.

- Bevel van hogerhand.

- Kan me niet schelen, ik blijf.

- Wij hebben opdracht gekregen van de procureur om u mee te nemen.

- Hebt u daar papier van?

- Ja.

- Mag ik dat zien?

- Later.

- Waar naar toe?

- Dat zal u wel zien.

- Ik mag toch weten waar u met mij naar toe wil?

- Naar Brasselt.

- Om wat te doen.

- Dat zal u allemaal op tijd en stond vernemen.

- Hoe wist u dat ik hier was.

- Wij hadden uw adres.

- Ik moet zo meteen met mijn vrouw naar de notaris, ik heb hiervoor 1000 km afgelegd en jullie zullen me dat niet beletten.

- Mijnheer de Montségur u moet nu meekomen, wij brengen u terug.

Dit is weer een even nutteloze conversatie zoals de vorige die ik had met die sujetten. Toen hadden ze geen poot om op te staan om hun ordonnantie uit te vaardigen, nu zijn ze beter gewapend blijkbaar. Die kwasten lijken allemaal geprogrammeerde automaten, redeneren tegen dat tuig is even idioot als proberen koffie te malen in een betonmolen. In wanhoop sla ik mijn ogen ten hemel in een poging om daar hulp te vragen. Is dat uitvaagsel nu nog niet gekalmeerd, is mijn aanwezigheid dermate bedreigend voor de openbare orde en ben ik zo gevaarlijk voor het functioneren van dit apenland dat ze me meteen weer moeten oppakken? Ik voel dat dit gedegen mis is, maar denk dat ik dit moet doorstaan in het belang van de kinderen en gehoorzaam nog maar eens aan een bevel dat mij absurd en zeker niet rechtmatig lijkt.

Mabel bekijkt de scene zwijgend en passief, staand tegen het aanrecht de armen voor zich gekruisd. De kleine kostgangers geven geen kik meer. Met een gebaar dat mijn onmacht weergeeft groet ik Mabel, neem mijn jas en ga met de agenten de deur uit.

Wanneer ik de moto zie staan op de oprit, denk ik er eventjes aan om de laptop uit de koffer te halen, maar laat het achterwege. Het lijkt er niet op dat Mabel nu slinkse streken zal uithalen, ze speelde open kaart en was vriendelijk en aangenaam. Trouwens alles is op slot, ze kan er niet in.

11:45 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

benieuwd naar het vervolg!

Gepost door: a-woman | 01-07-08

De commentaren zijn gesloten.