30-06-08

De vlucht door het koekoeksnest # 1.

 

Mabel is aan de telefoon wanneer ik in mijn huis binnenkom. Ze steekt een vinger in de lucht als groet en gaat naar de hall met de handset.

- Hij komt net binnen....hoor ik haar nog zeggen vooraleer ze de deur achter zich dicht trekt .  

De living lijkt door de veelkleurige blokken en andere plastic speelgoed die over de hele vloer verspreid liggen nog altijd op een slagveld waar een verbeten oorlog wordt uitgevochten. Op de grond zitten drie peuters me in een bevroren houding, schaapachtig aan te kijken terwijl twee baby's in relaxzeteltjes zeurend liggen te zabberen op een tutter. In mijn herinnering was deze rotzooi niet meer prominent aanwezig en daarom overvalt het me nu des te meer.

Wanneer Mabel terug binnen komt lacht ze wat verlegen:  

- Dag Guy. Ze aarzelt om tot bij mij te komen, maar gezien ik geen aanstalten maak tot toenadering, kiest ze ook voor afstand.

Ze heeft een nieuwe jeans en een wit spannend t-shirt aan wat haar figuur, dat nu terug wat volume heeft, goed tot zijn recht doen komen. Haar gezicht is bleek en fel getrokken waardoor ze veel ouder lijkt. Het valt me ook op dat haar ogen die vroeger rond waren, nu eerder amandelvormig zijn met de uiteinden schuin naar boven gericht, wat haar een uitdrukking geeft die ik niet meteen kan thuis wijzen.

- Dat was het Vertrouwenscentrum, zegt ze met een onzeker lachje.

- Dag Mabel, je ziet er goed uit.

- Het kantoor van de notaris had net gebeld, de afspraak is een uurtje uitgesteld, wij moeten er pas om 12 uur zijn.

Ik maak een kop Nespresso klaar zoals ik honderd keer eerder heb gemaakt.

- Heb je nog kontakt met C ?

- Ik heb onlangs een sms bericht ontvangen van haar.

Ze kijkt verwonderd. Het gevoel overvalt me dat ik het beter niet had gezegd.

- Kan je 500 € alimentatie op mijn rekening storten vandaag?  Mijn geld is op en de telefoon staat op minimum dienst.

- Wij moeten straks samen naar de bank gaan om ook nog een paar andere zaken te regelen.

- Ik stop er mee op het einde van de maand, terwijl ze naar de peuters knikt.

- Tiens? Ik speel een overdreven verwondering waaruit duidelijk moet blijken dat ze dit besluit al veel eerder had moeten nemen.

- Ik ben het beu, ik wil buiten deze muren treden. Ik heb gesolliciteerd in een immobiliën agentschap voor een job als kantoorverantwoordelijke.

- Kan jij straks die boel alleen laten om naar de notaris te gaan?

- Er komt iemand mij vervangen, antwoordt ze pas na een kleine pauze.

Ze begint opgewekt te praten over de kinderen. Volgens haar is het nu rustig in het gezin en vindt iedereen goed zijn draai zonder mij. Esclarmonde kan al een paar woordjes lezen, Leonardo gaat graag naar zijn nieuwe school en de twee oudsten hebben tijdens de maand september een vakantiejob gedaan.

Er valt een stilte waarbij het gejammer en gezeur van de kleine dagjesklanten terug op de voorgrond komt.

Ineens begint ze over iets dat al drie jaar achter ons ligt.

- Die therapeute bij wie je bent geweest toen je vader is gestorven is een goede psychologe, je had daar moeten blijven naartoe gaan.

Ik reageer niet. Het is eigenaardig dat ze dat zegt; daar hadden wij vroeger nooit een discussie over gehad. Ze vond dat toen ook een akelig mens, niet in het minst omdat die zelf verwikkeld was in een spraakmakende vechtscheiding en daardoor ongeschikt werd geacht om iemand advies te geven. Nu lijkt ze veranderd van gedacht.

Op het ogenblik dat de conversatie weer stil valt gaat ze naar de slaapkamer. Ze komt terug met een blauwe map en geeft me aarzelend, zoals een klein meisje dat een slecht rapport afgeeft, een PV van een verklaring die ze aan de politie heeft afgelegd. Ik overloop het snel, het is een klacht tegen mij wegens laster en eerroof. Ik haal mijn schouders op.

- Wat moet ik daarmee?

Leg het op de hoop denk ik en geef het schouderophalend terug. Het is een normale zaak dat als je aangifte doet van zedenfeiten dat de geciteerden  op die manier reageren. In de map zie ik nog een paar handgeschreven vellen en een drietal pagina's uitgeprinte  tekst liggen.

- Mag ik dat ook lezen

- Nee, dat zijn persoonlijke nota's.

Er valt weer een ongemakkelijke stilte. Na een paar minuten zegt ze plots, met een eigenaardige uitdrukking op haar gelaat en terwijl ze zich met haar lichaam in een bocht kronkelt, de vingers in de zakken geperst:

- Ik wil geen sterke vrouw meer zijn.

Ik begrijp niet wat ze daarmee bedoelt. Wil ze mij toch terug, geeft ze nu toe dat ze het toch niet meer alleen aankan in tegenstelling tot wat ze daarnet liet uitschijnen? Het gesprek valt weer stil. Ik drink van mijn koffie.

Het gezeur van de peuters wordt plots onderbroken door de bel. Mabel vliegt naar de voordeur. Een paar tellen later komen twee jonge agenten, een lange magere man en een stoere gedrongen vrouw, de huiskamer binnen. Mabel komt wat onzeker achter hen aan, de handen in elkaar voor zich houdend.

11:04 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

heb weer komen bijlezen, nu is het toch wel heel spannend, wat komen die twee politiemensen doen, hopelijk moeten we niet te lang wachten voor het vervolg,groetjes

Gepost door: emily | 30-06-08

de vlucht door het koekoeksnest mijn verhaal is anders maar zowat hetzelfde
ik weet wat het is,onrechtvaardigheid
ik ben nu ook een boek aan het schrijven maar het vlot niet want ik zit nog volop in het 'verhaal'

Gepost door: martine meeus | 19-03-09

De commentaren zijn gesloten.