26-06-08

Afstand en berusting

 

Anne en ik wandelen met de hond door de wijngaarden. Grote machines kruipen als gigantische insecten langzaam op en af de hellingen tussen de ranken om de rijpe trossen te oogsten die vervolgens in wagentjes worden geladen. Wij smikkelen van de resterende druiven die aan de onderste takken groeien buiten het bereik van de plukmonsters. De perkamenten bladeren van de struiken worden al lichtgeel met bruine stippen. Boven de Pyreneeën schildert de ondergaande zon de wolkenslierten paars, roze en oranje tegen de hemel die indigo blauw kleurt. De poolster en de maan observeren al een tijdje zwijgend de bedrijvigheid.

Anne probeert mijn hand vast te nemen maar ik hou me wat krap. De hond loopt nu als bij toeval voor mijn voeten terwijl hij eerder altijd ver vooruit sprintte om op zoek te gaan naar verloren schapen die terug bij de imaginaire kudde moeten gedreven worden, zijn genetisch ingebakken taak. In gedachten ben ik bij mijn echtscheidingsperikelen maar zwijg. Ik heb nu een gelatenheid over mij. Ik bots telkens tegen muren op en wat ik ook doe, het keert zich tegen mij. De gedachte overvalt mij dat ik er mij misschien moet op voorbereiden vader te worden op afstand: de kinderen in hun eigen sap laten gaarstoven, betalen en zwijgend toekijken. Via gerechtelijke weg ze proberen daar weg te halen is waanzin en andere middelen aanwenden is nog grotere waanzin. Op dit ogenblik lijkt er weinig anders op te zitten dan te berusten. De laatste interactie met Mabel was niet hoopgevend, ze lijkt nog zeer strijdlustig en haar taal lijkt me geïnspireerd door een advocaat. Die "vrienden" die ze er telkens bijhaalt zijn net wat mij het meeste verontrust. Ik heb geen idee wie ze daarmee bedoelt.

In de zak van de winterjas die ik vandaag voor het eerst terug aan heb voel ik de dennenappels die Esclarmonde had opgeraapt tijdens een wandeling in het voorjaar. Dat lijkt me een eeuwigheid geleden. Het komt me voor dat ik toen nog in Sinterklaas geloofde: Mabel en ik wilden scheiden in het belang van de kinderen en wij gingen allemaal een beter leven tegemoet, zo dacht ik. De relatie met Catherine was pril, wij hadden net de eerste maanden samenleven achter ons. Ze had ingezien dat ik niet de onmogelijke mens was om mee te leven zoals de familie onder invloed van Mabel het haar had voorgespiegeld. Ik voelde hoe ze mijn persoonlijkheid waardeerde en zij kreeg een antwoord op de vraag die ze zich haar halve al stelde: kan ik mij aan iemand binden en er mee samenleven. Zo overstegen wij beiden onszelf en leefden wij in de grootst denkbare harmonie. Dikwijls dachten wij op hetzelfde ogenblik aan hetzelfde, zowel voor wat de keuze van het avondmenu betrof als voor de film die wij wilden zien. Wij keken uit om een woonst te kopen waar we in alle comfort de kinderen konden ontvangen en waar zijzelf nog gedeeltelijk haar vrijgezellenbestaan zou kunnen in verder zetten. Het leven lachte ons toe, wij hadden tickets voor een vlucht naar Heraklion en een reservatie voor een city-trip naar Praag later op het jaar. Mabel die wel tien kilo was vermagerd de eerste maand hield zich recht met een cocktail van bloesem extracten van doctor Bach. Ze liet me verstaan dat ze zich over mijn vertrek heen zou zetten en leek in te zien dat het inderdaad beter was voor iedereen. Die ruzies konden niet blijven duren. Ik was blij met mijn besluit en herleefde: mijn lijfgeur was als bij wonder verdampt en de kwalen die sluimerden in mijn lichaam waren op een paar weken tijd opgelost. De kinderen waren rustiger dan tijdens de laatste maanden dat ik er nog woonde. Ik ging koken voor hen telkens Mabel een avondje uitging, soms met on-line hulp van Catherine, en genoot van hun conversaties aan tafel zoals nooit tevoren. Esclarmonde was fier dat ze nu zonder gezeur als een grote meid haar bord kon leeg eten. Ik ontdekte in de twee oudste jonge volwassenen die mij nauw aan het hart lagen en ik voelde mij terug goed in mijn gezin zoals voor die idiote misverstanden zijn intrede deden. Alleen het feit dat Leonardo er weinig was verontrustte mij maar het werd door Mabel geminimaliseerd, net zoals alles wat er mis kon gaan.

Mijn realiteit is nu een vrijgezellenbestaan in een vreemde streek, ver van diegenen die ik hard mis en mij nodig hebben.

Ik ben blij dat Anne er is, ze helpt mij om met de situatie om te gaan, door te luisteren, mij zacht bij te sturen of zoals vandaag enkel met haar aanwezigheid.

In de gîte maken wij samen kip met ratatouille klaar nippend van ons glaasje ijsgekoelde rozé van het domein. Ze probeert mij af te leiden door over de hond, haar paard of de druivenoogst te praten.

Wanneer ik later op avond mee buiten kom om haar naar het appartement te begeleiden worden wij overweldigd door de twinkelende sterrenhemel met vallende sterren. Doe een wens fluistert ze in mijn oor terwijl ze zacht op mijn rug krabt. Ik omhels haar, maar voel geen passie en neem geen initiatief. Ik keer terug naar mijn lege gîte en het kille bed.  

's Nachts komt er een bericht van Catherine:

- Le silence et la distance me protègent dans cette situation incertaine. Bizous doux.

17:24 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.