18-06-08

La Cal.

 

Achter de heuvels met zonnebloemenvelden ligt een brede groene vallei waarin koeien vredig grazen. Beneden in het dal is een hoeve met stallingen en graanschuur de enige zichtbare bebouwing. Daarnaast ligt een waterpartij die de blauwe hemel weerspiegelt en fungeert als spaarbekken om dieren en landerijen van water te voorzien bij grote droogte. Aan een boom op een kruispunt hangt naast het rood-witte symbool van de Grote Route paden een bordje met tekst La Cal dat wijst naar een onverhard pad. Wat verder staat op een parkeerplaats in grove keien een bestofte zilvergrijze Opel Astra met op de achterruit het half vergane embleem van Garage Bergmans Borgerhout en een frisse witte sticker met zwarte letters V L.

Wanneer ik behoedzaam tussen het lange hoofdgebouw en de schuur rij krijg ik zicht op het terrein dat open en bloot in de zon ligt en met prikkeldraad is afgespannen. Een klein zwembad waarover een blauw dekzeil is gespannen en waarrond witte plastic ligzetels keurig in waaiervorm zijn opgesteld ligt middenin het groen. Helemaal in een uithoek tegen de draad aan staat een oude caravan glansloos te verkommeren. In het hoofdgebouw waarvan de gevels met cement zijn bedekt werden een tiental grote PVC schuiframen verwerkt. Voor elk raam is een nog onafgewerkt laag muurtje in bakstenen gemetseld dat een betonnen terras afbakent waarop telkens een witte plastic tafel en vier stoelen staan. Op het laatste terrasje zit een koppel te eten. Een grote magere man met een kaal voorhoofd en een lange grijze baard zit tegenover een vrouw met een uitgesproken peervormig en gedrongen lichaam en kort grijs gekruld haar. Zij kijken elkaar verwonderd aan bij mijn doortocht en na een paar woorden met elkaar te hebben gewisseld eten ze verder.

Een kleine man met een ringbaardje komt druk molenwiekend op mij toegestapt. Ik stop, klap mijn vizier open, hij stelt zich voor als den Dirk, hij is den helper en vraagt er meteen naar om mij van dienst te mogen zijn.

Ik zet de motor uit, stap af, zet de machine op de zijsteun in de kiezel en schuif de helm over mijn hoofd.

Mijn eerdere ervaring heeft me geleerd niet eerlijk te zijn om geen argwaan te wekken. De slinkse methode is de beste om iets te weten te komen.

- Dag mijnheer. Ik zou misschien volgend jaar naar hier komen op vakantie, mag ik eventjes rondlopen?

- Joa zeker, kom mor mee. Ik zal  u alles loaten zieng.

Hij leidt me binnen door een gang waarin hij fier de deuren opengooit van de kamers, die allemaal identiek met blanke dennenhouten meubelen zijn ingericht. Er is overal douche en toilet benadrukt hij.

In één van de bijgebouwen is een gemeenschappelijke keuken en sanitair voorzen.

Naast het hoofdgebouw in de schaduw staat een plaasteren kabouter met kruiwagen aan een kleine poel.

- Hier zullen wel kikkers in zitten zeker?

- Die zijn allemoal oepgegete deur ne raaiger. Er zitte der nog een poar in, mor die hoerde bekan nie mier.

- En zijn hier ook paarden?

- Ja in Koefoelan is een maneich en ze komen hier met hun peerden veurbaai, langs dat padje dat ge doar zie achter den droad. Waarbij hij wijst naar het westen.

- Die galopperen nogal zeker over dat pad?

-Nee, die goan stapvoets, anders is het te gevoarlik, want der zin doar oek veul waandeleirs die langsdoar nor Karkasson goan. Dat is ni zo vèr zunne, moar een tiental kilometer. T'is een schoen waandeling die ge hielemoal kunt doeng deur de velde. En den boas komt u om vwaaf uur hoalen op plas Karnot om terug te komen as ge da wil. Moar ge moet stipt zaain hé, hij wacht nie, want hij moet aan zen eten beginne hier.

- En mag men hier bloot lopen?

- Bloet? Herhaalt hij, zich bijna verslikkend en met tremelo in zijn stem. Hij kijkt mij met grote ogen star aan en terwijl hij met een teutmondje zijn longen vol lucht zuigt, begint hij heftig zijn hoofd te schudden. Na nog een paar keer slikken en blazen kan hij eindelijk zijn consternatie overwinnen en een paar woorden uitkramen.

- Dat? Dat wil mijnheer Rik niet.

- Aan dat zwembad toch wel zeker? Provoceer ik lichtjes.

Nu kan hij terug normaal spreken en terwijl hij een vinger in de lucht steekt, mij streng aankijkend:

- Nienie, doar oek nie, zelfs giene monokini.  Iemand heeft het eens geprobeerd en dat was rap afgeloepe zunne. Z'eet het nie mier gedoan!

- Zijn hier veel kinderen in de zomer?

- Hier komen allien koppels mè kinderen, hè menier want veur kinderen is da hier een paradais. Die lopen hier gewoen rond en ze spelen in het meer.

- Als ge nog mier inlichtingen wil en veur reservoaties moet ge nor menier Hendrik Linkeroever bellen.

Hij geeft me een kaartje met adresgegevens.

- Als ge van ier belt moet ge ierst nulnul tweeëndertig intikken.

16:17 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.