30-05-08

Laudelà

 

Op departementale D101 hangt in een dicht dennenbos een ruw gezaagde plank aan een hoge houten omheining waarop in rode handgeschreven karakters ‘Laudelà' is geverfd. Een smalle onverharde oprit leidt met een lange bocht de beboste helling af. Ik was er twee keer voorbij gereden zonder dat het me was opgevallen; van op straat ziet men geen gebouwen. 

Als een goede inbreker parkeer ik de motor een paar honderd meter verder op de openbare weg en wandel het domein in, bewust dat ik mij in het hol van de leeuw begeef. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik verwacht dat er op elk ogenblik een security zou kunnen opduiken die mij hardhandig eruit zet. Na honderd meter is er een parkeerplaats vrijgemaakt tussen de bomen. Vier auto's staan wat slordig geparkeerd: een verroeste Toyota Corolla en een Chrysler Voyager met een Nederlands kenteken, een kleine 4X4 met een Franse nummerplaat en een Mercedes met een Belgische plaat. Wat verder staat een laag gebouw in een grote open ruimte. De gevels zijn stijlvol in natuursteen opgetrokken, de dakbedekking is in typische ronde kleipannen uit de streek. Op de lange zuidgevel geven een tiental glazen schuifdeuren uit op evenveel afgebakende en overdekte terrassen. Voor een openstaand raam zit op een rieten stoel een pezige bruinverbrande man te lezen. Hij heeft achteruit getrokken spierwit stijl haar, dat strak in een staartje achteraan is vastgeknoopt en een korte lichtgrijze baard die de ingevallen wangen wat volume geven. Boven een zwarte broek draagt hij een wit openstaand hemd met opgerolde mouwen. Het zou een overjaarse sociaal geacclimatiseerde popmuzikant kunnen zijn of een advocaat van goede signatuur. Hij kijkt niet op wanneer ik voorbij wandel. Op het einde van het gebouw is een breed terras aangelegd waarop een tiental houten tafels met banken zijn opgesteld. Een dubbele glazen deur geeft toegang tot een open ruimte binnen. Er is plaats voor 40 à 50 personen. Op één van de tafels liggen wat afgesneden takken met vlierbessen. Achter het hoofdgebouw pronkt een octogonale piramide in cederhout. De punt in plexiglas, die schittert als een gigantische diamant in de zon, piekt hoog boven de nok van het dak uit van het hoofdgebouw. Er weerklinken vrouwenstemmen doorheen de openstaande deur. Door de resonantie van de lege ruimte zijn de woorden onverstaanbaar. Op de grond staat een maquette in klei van een middeleeuwse stadje met stadswallen er omheen bedekt met wat losse takken.

Achter de piramide ligt een weide met hier en daar een recent aangeplante schriele esdoorn. Een groen beslagen wat scheef gezakte iglootent staat er eenzaam en wat verloren bij in deze nazomerse sfeer. Achter een omheinig waarin een hekje open staat is de begroeing hoger en helt het terrein sterk af. Een aarden pad loopt tussen het groen naar beneden.

Van hieruit overziet men het meer en de achterliggende heuvels. Tussen de wolkenmassa's aan de horizon onderscheidt men de toppen van de Pyreneeën.

Het besef dat Mabel hier is geweest geeft me weer een akelig gevoel. Het lijkt alsof een hand inwendig mijn snel kloppend hart omklemt en tot moes wil knijpen. Het bloed beukt in de aderen van mijn slapen. Is dat de tent van haar persoonlijke goeroe die hij hier achtergelaten heeft waarin ze drie keer per dag neukten? Liep ze door dat poortje bloot met die meute mee naar het meer? Zat ze daar ook aan die tafels tussen dat zootje religieuze fanatici, sekteleden, siberische sjamanen, perverten, pederasten en geflipte vrouwen een irritant taaltje uit te kramen zonder n? Liepen ze allemaal naakt of alleen de meest overtuigde en ondernemende van deze New Age adepten. Werd er onder het voorwendsel van tantrische seks gewoon wat gefoefeld onder volwassenen of werd er ook door gore pedofielen riddertje gespeeld in dat miniatuurstadje die dat als opstapje gebruikten naar wat minder hoofse activiteiten met hun jonge speelkameraadjes?

Was Mabel hier gelukkig en opgeruimd of speelde ze een comedie, iets waartoe ze de neiging heeft wanneer ze aandacht voelt. Deed ze mee in dit promiscue sfeertje en liet ze zich doorgaan voor een frivole wulpse del die haar borsten en billen aanbiedt om ze te laten strelen of hing ze de stoere trien uit die haar vent een loer zou draaien wanneer zij thuiskwam? Of gedroeg ze zich als een naar affectie snakkende verlaten en bedrogen vrouw?

 

11:37 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

HAHA

Gepost door: SLECHT KIND | 01-06-08

De commentaren zijn gesloten.