07-04-08

De lokale politie ageert alert

 

Als een automaat leg ik het traject naar huis af.

- Dag Mabel, ik kom terug, probeer ik met een glimlach mijn actie te relativeren.

Mabel kijkt op van haar bezigheden aan het aanrecht alsof ze is geslagen door de bliksem. Ik zie haar gezicht evolueren van de strenge strakke uitdrukking die ze de laatste jaren had opstaan naar een grimas die woede en haat uitstraalt.

- Ga buiten, gebiedt ze me.

Ik ga naast Leonardo zitten in de salon. Mabel wordt razend.

- Ga buiten, roept ze, terwijl ze met voorovergebogen lichaam en gestrekte arm naar de deur wijst.

- Nee, ik kom hier terug om op de kinderen te letten. Je houdt die relatie maar aan, ik heb daar geen probleem mee, ik slaap wel op de sofa, maar ik wil hier de boel in de gaten kunnen houden.

- Ik bel de politie, sist ze met de blik schuin rechts naar boven gericht, alsof het de geniale ingeving is die alles zal oplossen.

Mabel gaat naar de hall met de telefoon. Ik besef ten volle dat deze wandaad een goede afloop zal vertragen en bemoeilijken. Dit is onze onkunde om het gezin te besturen aan het gerecht meedelen op een omiskenbare en belachelijke wijze en erom vragen dat zij onze kinderen opvoeden.

Ik wacht rustig af terwijl ik Mabel ons adres hoor doorgeven. Mijn domicilie is nog steeds hier, dus wettelijk kunnen zij mij hier buitenzetten. Ze zullen wel zien dat Mabel nerveus is, niet ik. Precies drie minuten later hoor ik meerdere loeiende sirenes naderen die één na één stoppen voor de deur. De oorverdovende stilte die valt wordt een paar tellen later verbroken door de bel. Mabel vliegt naar de voordeur, haar opgewonden stem schalt door het huis.

- Ja hij is daarbinnen, besluit ze.

Zes agenten, vier mannen en twee vrouwen, komen behoedzaam één voor één de woonkamer in gestapt,  spiedend naar sporen van geweld. Ze lijken verwonderd bij de aanblik van het rustige tafereel. Mabel volgt het blauw legertje zwijgend met Esclarmonde aan haar rokken.

De huiskamer is overvol, zelfs tijdens een feestje met dertig mensen heeft deze plaats nooit zo druk geleken.

Esclamonde vraagt waarom de politie er is.

Een van de geüniformeerde niet verwelkomde bezoekers vraagt mij om het huis te verlaten,

- Uw vrouw wil dat en u moet gehoorzamen!

Als leek in wetgeving voel ik dat dit niet klopt, maar heb niet meteen adequaat weerwerk in de pijplijn zitten om de indringers buiten te borstelen. Welk aspect van de rechten van de mens hier geschonden wordt kan ik nu niet meteen voor de geest halen en op welk artikel ter bescherming van de privésfeer hier inbreuk wordt gepleegd weet ik evenmin. Mijn advocaat is niet meer bereikbaar gezien het avondlijke uur. Ik weet zeker dat deze interventie niet behoort tot de geplogendheden en de taak van de ordehandhavers. De scène doet mij trouwens denken aan Comedy Capers maar met een wansmaak wegens de aanwezigheid van kinderen

Ik reageer zoals in delicate omstandigheden moet gereageerd worden: rationeel en rustig het rechtgeaard en dwingend motief van mijn handelen duidelijk maken met argumenten waarvoor de gesprekspartners gevoelig zouden moeten zijn.

- Nee, ik moet mijn kinderen in de gaten houden. Ik heb vorige week een verklaring ondertekend bij een collega van u waarin staat dat ik verantwoordelijk ben voor mijn kinderen en ik wil ze in de gaten kunnen houden. Als ik ze niet zie, weet ik niet wat ze doen.

Daarbij trek ik met mijn wijsvinger de huid onder mijn rechter oog eventjes naar beneden.

De agent dringt opnieuw aan om het huis te verlaten.

-Nee man, ik woon hier. Komen jullie ook tussen wanneer een vrouw vraagt aan haar man om de vaat te doen?

Ik ben mij er goed van bewust dat die twaalf armen der wet wachten op een uitschuiver van mij om manu militari de orde te kunnen handhaven in mijn woning. Mijn stem verheffen of die kwasten krenken lijkt mij geen goed idee, gezien ik hen dan wel een argument in handen speel om misschien buitensporig hard te reageren zoals de machtsontplooiïng laat veronderstellen.

Dit is niet normaal. Hier zijn krachten en motieven mee gemoeid die een ander doel hebben dan de gemoederen te bedaren. Er worden zes gewapende agenten ingezet om geweldloos huiselijk gekibbel te beslechten op een manier die elk rechtgeaard mens de wenkbrauwen zou doen fronsen. De ordehandhavers dienen duidelijk een andere zaak dan die van dit gezin.

De woordvoerder herhaalt dat ik weg moet omdat mijn vrouw dat wil.

- Mijn vrouw heeft een probleem, ik niet. Zij heeft geen autoriteit en kan het niet alleen aan om de kinderen op te voeden. Hij, wijzend op Leonardo, is vorige week toen hij onder haar hoede stond opgepakt geweest door collega's van jullie wegens brandstichting. Ik blijf hier zitten.

Mabel kijkt zwijgend toe met een triomfantelijke grijns op haar gezicht, de armen voor zich gekruist.

- Jullie moeten zich hier niet moeien, dit is een privéaangelegenheid.

- Mijnheer, u moet weg.

- Ik heb niets gedronken, ik heb mijn vrouw nog nooit geslagen en er is geen enkel gevaar, ik wil enkel mijn kinderen uit de handen van het gerecht houden.

- Mijnheer, sta op en verlaat dit huis.

Het lijkt een dovemansgesprek.

Ik sta langzaam recht, het rijtje agenten splijt uiteen om me door te laten terwijl ze allen nauwkeurig mijn beweging volgen.  Ik neem de telefoon van tafel en reik die aan aan Mabel.

- Mabel, bel naar je tante.

- Ik zou niet weten waarom ik dat zou moeten doen.

Ik herhaal het een tiental keer, zonder stemverheffing, haar de handset reikend.

Ze blijft weigeren. De agent dringt aan.

- Mijnheer de Montségur, u moet dit huis verlaten, uw vrouw wil het.

- Mijn vrouw heeft laten blijken dat ze niet in staat is op de kinderen te letten en daarom ben ik teruggekomen.

Vier agenten gaan naar buiten, Mabel gaat met hen mee. Ik ga er achteraan met de handset. Ik zie drie blauw-witte combi's staan op straat en een nooit gezien aantal wandelaars. De buurman staat met zijn rug naar hier te keuvelen met de overbuurvrouw. De twee achtergebleven agenten volgen mij. Esclarmonde vraagt nogmaals waarom de politie er is en trekt aan de holster van het dienstwapen van de woordvoerder.

- Mabel, bel naar je tante, ze wacht op je telefoontje. Herhaal ik zacht.

- Ik heb haar niets te zeggen.

- Bel naar haar.

- Neen, ik wil niet.

Ik herhaal mijn vraag nog een tiental keer als een automaat, zonder de intonatie te wijzigen. Ze blijft weigeren. Op het eind van de straat komt er nog een politiewagen aangereden met loeiende sirene die stopt midden op de weg . Een van de agenten ter plaatse gaat naar hen toe en stuurt hen door.  Vier agenten vertrekken, de woordvoerder en zijn combicollega blijven.

Uiteindelijk telefoneer ik zelf en vraag wanneer wij kunnen langs komen. Mabel wil zich 's anderdaags vrij maken. Wij maken een afspraak.

Ik wil mijn goede wil laten zien en stap in mijn auto voor de vrede, onder het oog van de twee politiemannen maar ik weet pertinent dat het verkeerd is om nu weg te gaan.

Wanneer ik wegrij zie ik Mabel voorover gebogen en het gelaat in beide handen luid snikkend naar binnen rennen.

08:01 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

... Dit brengt jeugdherinneringen naar boven bij me.

Gepost door: Mystic | 08-04-08

De commentaren zijn gesloten.