25-10-07

Een kluwen knopen.

Mabel staat aan het aanrecht met een tas koffie in haar hand.

Vriendelijk :

- Dag Guy. Waar zijt ge geweest ?

- Dat zeg ik niet.

Ik val uit in een tirade. Mabel doet alsof ze luistert.

- Wat je gisteren deed was tegen het belang van de kinderen in. Dit was een protestactie vannacht en er zullen er nog volgen. Ik heb het inderdaad agressief gezegd, maar indien er geen voorgeschiedenis was geweest dan had ik het anders aangepakt. Ik kon niet over mijn kant laten gaan dat mijn kinderen lijden onder dat gedoe met die bende die hier dagelijks over de vloer komt. Dat schijn je niet in te willen zien. Er zit een kluwen in je hersens die maakt dat je niets wil aannemen van mij en daarom gaat de boel hier naar de knoppen voor allemaal. Als die psychiater denkt die knoop te kunnen ontwarren dan moet hij dat maar proberen, maar als dat niet lukt dan is het definitief gedaan.

De bel gaat, een monovolume, de eerste van de dagelijkse karavaan, staat voor de deur. De dagjesklanten worden aan huis afgeleverd. Mabel beantwoordt de aanwijzingen over nachtbraken en ontlastingsfrequentie van de kleine kostgangers met de gebruikelijke empathische ah’s of oh’s en bijhorende theatrale mimieken en handgebaren. Deze comedie laat mij vandaag eerder onverschillig dan dat het me ergert.

Ik ga wat in mijn bureau zitten klooien aan de PC.

Soms dwarrelt er een flard van de geur van Catherine onder mijn neus.

Geertruidis, mijn oudste dochter, komt voorbij in de hall. Ik roep ze binnen in mijn bureau.

- Zeg eens iets.

- Nee.

- Wat denk je ervan?

- Ja, de eerste vragen waren goed…

- Nee, dat wist ik al.

- Van wat dan wel?

- Ik ben niet thuis geweest vannacht.

- Waar zijt ge dan geweest?

- Dat zeg ik niet.

- Als je wil praten kom dan mee naar de badkamer, ik moet weg.

Terwijl ze haar contactlenzen insteekt en het haar borstelt leg ik de toestand van gisteren uit.

- Het is misschien beter dat je weggaat dan.

- Ik ben blij dat je het zegt. Dat denk ik ook.

- Ik zou naïef zijn indien ik zou geloven dat die psychiater veel zal kunnen verhelpen op korte termijn. Nu gaat Mabel hem nog zien op 1 juli en dan gaan wij op vacantie en vooraleer wij eventueel effect zullen hebben is het najaar. Ondertussen wordt de verhouding altijd maar grimmiger hier. Ik weet waar het dan eindigt : in een voortdurend gekibbel, geruzie of in zwijgzaam cynisme. Uiteindelijk zullen er advocaten en vrederechters aan te pas moeten komen. Mijn gedachten zijn bij jullie en alleen daar en jij zal het minst afzien van een scheiding, of helemaal niet zelfs, daarom spreek ik er nu over met jou. Bij de anderen ligt het allemaal gevoeliger. Waar ik geweest ben vannacht maakt deel uit van het mogelijke nieuwe leven dat ik wil uitbouwen. Ik kan daar nu niet meer over zeggen. Ik zal niet terug als een student op een kot gaan zitten of in mijn magazijn, dat kun je wel begrijpen.

- Ik moet nu weg. Ze haast zich de deur uit.

09:50 Gepost door Guillaume de Monts in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

bedankt voor je reactie,
je lijkt mij een doorwinterde schrijver of ben ik mis?

Gepost door: Blink | 25-10-07

De commentaren zijn gesloten.